Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Beauftragte für die Niederländische Bank

Status: Bruikleencollectie Nationaal Archief
Over het archief: Deze Beauftragte (tot 1941 Helmuth Wohltat, daarna Albert Bühler) werd als economisch commissaris en adviserend deskundige aan de directie van de Nederlandse Bank toegevoegd. Hij ressorteerde rechtstreeks onder Seyss-Inquart.
De Beauftragte für die Niederländische Bank

De eerste Beauftragte voor de Nederlandse Bank was de Duitse econoom dr. Helmuth C.H. Wohlthat. Hij werd als 'Economisch Commissaris en adviserend deskundige' aan de directie van De Nederlandse Bank toegevoegd. Hij ressorteerde rechtstreeks onder Seyss-Inquart en niet, zoals misschien vanzelfsprekend zou lijken, onder Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft dr. Fischböck. Maandelijks maakte hij voor Seyss-Inquart een rapport over zijn werkzaamheden. Volgens Wohlthat zag Seyss-Inquart hem als een deskundige waarbij hij veel inlichtingen kon inwinnen. Hij kwam eerder dan Seyss-Inquart in Nederland aan en kon zodoende de Reichskommissar informatie geven over de personen die hij inmiddels had ontmoet. Wohlthat vond ook dat hij Seyss-Inquart moest wijzen op het belang van Nederlands-Indië voor Nederland.

Helmuth Wohlthat (midden) als leider van de Duitse delegatie voor de International Whaling Conference in Londen, eind juli 1939. In de schaduw van deze conferentie hield Wohlthat besprekingen met enkele Britse ministers over een mogelijk niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en Engeland.

De belangrijkste taak die Seyss-Inquart op economisch gebied van Hitler had meegekregen, was de 'vervlechting' van de Nederlandse met de Duitse economie. Een voorwaarde daarvoor was dat de deviezengrens tussen die twee landen werd opgeheven. Omdat er geen vrij wisselverkeer bestond tussen de gulden en de mark, viel het de bezetter moeilijker het bezette gebied uit te buiten. De opheffing van de deviezengrens begin maart 1941 vergemakkelijkte dit. Wohlthat was tegen deze opheffing. Een andere maatregel die getroffen werd, was dat Nederland in één keer 500 miljoen Rijksmark als bezettingskosten moest betalen, waarvan 100 miljoen in goud.

Secretaris-Generaal van Financiën en president van De Nederlandse Bank L.J.A. Trip trad na deze gebeurtenis af. Hij wilde zich in zijn functie van secretaris-generaal voor Financiën laten opvolgen door Hirschfeld en aanblijven als president van De Nederlandse Bank. Dit liet de bezetter niet toe. Seyss-Inquart ontsloeg Trip in beide functies. Meinoud M. Rost van Tonningen volgde hem eerst op als president van De Nederlandse Bank en een maand later als (waarnemend) secretaris-generaal. De werkelijke macht bij De Nederlandse Bank lag echter bij de Beauftragte. Hij had ook de supervisie over de Nederlandse banken en de beurs.

Rost van Tonningen als president van de Nederlandse Bank.

In februari 1941 verliet Wohlthat Nederland. Hij was onderhandelaar voor Oost-Azië geweest en vertrok in de lente van 1941 naar Japan (Tokyo) voor onderhandelingen met deze nieuwe bondgenoot van Duitsland. Hij bleef in Japan tot het einde van de oorlog. Wohlthat was na de oorlog getuige bij de Neurenberger processen. Zelf werd hij niet berecht.

Zijn opvolger was dr. Albert J. Bühler. Hij was lid van de NSDAP sinds 1938, maar wekte niet de indruk een fanatiek partijman te zijn. Hij liet zich veel meer dan Wohlthat leiden door Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft dr. Fischböck. In mei 1942 kreeg Bühler de verantwoordelijkheid voor de verkoop van effecten die van joden gestolen waren. Deze verantwoordelijkheid had daarvoor gelegen bij de roofbank Lippmann-Rosenthal, maar het Reichskommissariat had de indruk dat deze bank de effecten tegen een te lage koers verkocht. In 1943 werd hij Geschäftsführer van de Vermögensverwaltung und Rentenanstalt. Deze instantie beheerde het kapitaal dat was verkregen door de verkoop van joods bezit. In deze functie werkte hij mee aan anti-joodse maatregelen op economisch gebied. Eind 1947 werd hij na een periode van detentie in vrijheid gesteld. Bühler heeft nooit in Nederlands terecht gestaan. In Duitsland was hij na zijn vrijlating weer werkzaam in het bankbedrijf.

De inventaris is in 2004 vervaardigd door de Centrale Archief en Selectiedienst. De inleiding is in 2002 vervaardigd door drs. Lieke Janssen.

Verwante archieven: Het merendeel van de archieven van de Beauftragte für die Niederländische Bank bevindt zich bij de Nederlandse Bank.
Beauftragte für die Niederländische Bank
Openbaarheid: Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media